Blog

#TROTSEMAMA

Voor het eerst in dagen eindelijk weer goed geslapen. Het resultaat: knallende koppijn. Op het moment dat ik uit bed glijd en met mijn opgezwollen voeten de vloer raak, voel ik het als een pijnscheut die door mijn lichaam schiet: ‘dit wordt een tergend langzame vermoeiende dag.’

Ik weet dat dit een volledig psychische mindset is en dat áls de dag uiteindelijk tergend langzaam en vermoeiend blijkt te zijn, ik dit zelf heb veroorzaakt. Desalniettemin, ik = chagrijn.

Ik ga naar beneden en poog een heerlijk recept voor een groentesapje te volgen, maar ga al gauw de knoop in met de hoeveelheden. Ik negeer de zure smaak en schotel mijn zoon en dochter de sap voor met een plak gezonde zelfgemaakte cacao kokos cake. De cake wordt naar binnen gewerkt met gemak maar het sap opdrinken blijkt een struggle. Met tranen in zijn ogen zegt mijn zoontje zachtjes: “ik vind het niet zo lekker.” Ik zie dat hij bijna zijn kleine glas leeg heeft en gebied hem streng het laatste slokje op te drinken, wat hij braaf doet. Mijn dochter, al wat jaren ouder en wijzer, drinkt het sapje in één keer op en zegt: ‘lekker hoor mam.’ We weten beiden dat ze liegt, maar ik waardeer de leugen. Kinderen voorzien van gezond ontbijt: ‘check.’

Ik ga naar boven om me om te kleden en zie mijn oudste, prachtige dochter in de badkamer staan met een ‘momjeans’ aan en zwart truitje die eindigt waar haar navel begint. Ik probeer niet jaloers te zijn op haar figuur, maar ik ben het wel. Ook wel trots eigenlijk. Rare combi hé?

Die momjeans was nog een heel gedoe: heel Arnhem zijn we ervoor afgestruind. Een mom jeans, zoals mijn dochter het beschrijft, is een spijkerbroek die tot je navel komt (high waist) en oversized is, waarbij het gedeelte rondom je billen heel baggy zit, nou ja, eigenlijk de hele broek tot aan de enkels, maar bij je billen moet hij nog baggy- er zitten. En de pijpen moeten van onderen eenmaal omgeslagen zijn. Dat dus. Een momjeans. We hebben er uiteindelijk één gevonden. Godzijdank.

Naast haar sta ik in de spiegel mezelf op te fleuren. Maar mijn hoofd werkt niet mee. Mijn hoofd heeft de pest erin. ‘Sterf,’ mompel ik tegen de spiegel terwijl ik mijn mascara voor de vorm opsmeer.

De derde verdieping is ons gedeelte, onze slaapkamer en kledingkamer (lees: ruimte waar de wasmachine en een droogrek staat). Ik moet vanmiddag werken dus besluit iets comfortabels aan te doen, op mijn werk heb ik toch een uniform aan. Tijdens het aankleden besef ik me dat ik vergeten ben om lunch voor te bereiden voor mijn zoontje. Als ik beneden kom is het alweer tijd om te gaan. Ik zie dat hij nog geen enkele poging heeft gedaan om zijn haar te kammen, ‘ik vind het mooi zo,’ hij zijn korte broek vol met vlekken voor de derde dag aan heeft gedaan, ‘vind ik mooi zo,’ en tegen beter weten in vraag ik of hij zijn tanden heeft gepoetst, ‘nee.’ Ik adem in, adem uit, beweeg hem met een moederlijke motivatie speech als de donder richting de badkamer en schiet zelf de keuken in om zijn lunchpakket in elkaar te flansen.

We arriveren op een leeg schoolplein, de derde keer deze week. Gelukkig is het de laatste week voor de schoolvakantie, de juf doet niet meer dan een gefrustreerde blik werpen op onze verlate entree. Ik krijg een kus van mijn zoontje en op de valreep nog een: ‘waarom moet jij altijd zo laat werken?’ die ik keurig omzeil met een: ‘zodat ik jou elke dag naar school kan brengen, want dat vind ik zo fijn.’

Achter twee tokkie moeders aan (ja ik ben zo een direct-in-een-hokje-stoppen-mens, maar ter verdediging: joggingbroek, grote ringen van oorbellen, eentje met een shagje in haar bakkes) loop ik het schooltje uit richting mijn fiets. Ik kan niet anders dan het gesprek tussen de twee moeders volgen.

Tokkie 1: “En vorige jaar heeft een juf mijn zoontje bij zijn arm gegrepen, da kan echt niet hoor, moet ze bij mij zijn!”

Tokkie 2: “Als je aan mijn kind komt, kan ik je nu al vertellen dat je in het kanaal terecht komt.”

Ik heb geen idee om welke kinderen het gaat, maar naar aanleiding van deze moeders verwacht ik dat het kind, voordat een juf überhaupt in de buurt durft te komen, zelf al iemand in het kanaal heeft gegooid. #trotse moeder.

Ik stap op mijn rammelende fiets en fiets naar huis. Onderweg zie ik een man lopen met knalblauwe sneakers. Spijkerbroekje, vaal T-shirt, vaal hoofd en dan knalblauwe sneakers. Ik irriteer me. Het is zo een dag.

Thuisgekomen parkeer ik mijn fiets, gebied ik mijn dochter liefelijk om de hond uit te laten en kruip ik op mijn ruime comfortabele heerlijke bank om bij te komen. Na een kwartier komt mijn dochter bij me liggen (zij heeft zomervakantie: de ellendeling). Ze zucht en kijkt me boos aan. “Ja?” vraag ik. “Je hebt me wakker gemaakt,” zegt ze, “met je gestamp op de trap.” Een glimlach ontstaat op mijn gezicht, ik kan hem niet tegenhouden.

Ik = weer blij. Mijn dochter = chagrijn. Het is fantastisch om moeder te mogen zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *