Blog

Late dienst

Hij was de laatste patiënt tijdens mijn late dienst. Ongeduldig lag hij in bed, onzin vond hij het, dat gewacht. Wat hem betrof kon hij lang en breed naar huis. Zijn benen waren het hier niet mee eens, die waren nog verdoofd door de ruggenprik. Zodra het gevoel in zijn benen -na twee uur liggen- terug was gekomen, stond hij aangekleed naast zijn bed. De teleurstelling was te lezen in zijn blik toen ik hem vertelde dat hij pas naar huis kon wanneer hij geplast had, omdat ik zeker wilde weten weten dat hij geen retentieblaas zou krijgen.

Bij een ruggenprik gaat de verdoving namelijk als laatste weg uit de blaas waardoor het risico bestaat dat er zich teveel urine ophoopt. Dit kan resulteren in beschadiging van de nieren en/of blaas. Veel patiënten gaan juist veel drinken omdat ze hopen snel te kunnen plassen maar dat maakt het alleen maar erger!

Na meerdere rondjes om de afdeling te hebben gelopen kwam de heer bij me aan de balie staan en vroeg:

‘Mag ik beneden in de centrale hal een kopje koffie gaan drinken?’
Ik kon een glimlach niet onderdrukken, ik herkende me direct in zijn ongeduldigheid.
‘Nee sorry,’ zei ik, ‘u moet hier blijven tot u heeft geplast, maar ik kan wel een vers kopje koffie voor u zetten?’
Dat was goed. Met melk. Geamuseerd ging ik in onze keuken aan de slag en bracht de heer zijn kopje koffie. Hij was inmiddels op één van onze zitbanken gaan zitten.
‘Wilt u er ook een chocolaatje bij?’ vroeg ik de heer. Dat leek hem wel wat. Ik liep naar onze koffiekamer waar een pot vol chocolaatjes stond die we hadden gekregen van een patiënt die regelmatig voor infuustherapie komt en oma was geworden. Ik besloot voor mijzelf een cappuccino te pakken en bij de heer op de bank plaats te nemen. Ik hoefde geen voorzetje te geven voor een gesprek, de heer begon vrijwel direct te vertellen:

‘Ik kom hier regelmatig om wat zakjes bloed te krijgen, prostaatkanker.’
‘Naar,’ zei ik. ‘Komt u vaak?’ Hij knikte. ‘Ik merk dat u ook wat moeilijk uit uw woorden komt, is er iets gebeurd in het verleden?  vroeg ik hem. Het was een directe vraag maar ik voelde dat er ruimte was om de vraag te stellen.
‘Zes jaar geleden kreeg ik een CVA. Daardoor praat ik moeilijker. Mijn vrouw kan me soms niet verstaan, dan zeg ik: ik spreek toch geen Frans!’ Hij lachte naar me, ik beantwoordde zijn lach.
‘Was zij erbij toen het gebeurde?’ vroeg ik hem. Die vraag kwam voort uit mijn eigen ervaring. Ik was erbij toen mijn vriend Andrew jaren geleden een hersenbloeding kreeg. Ik zal het nooit vergeten, hoe hij opeens wartaal uitstootte, braakte en wankelend de slaapkamer van ons zoontje binnen stommelde omdat hij niet meer wist door welke deur hij moest gaan.
Sommige verpleegkundigen geloven dat het beter is om je persoonlijke verhaal buiten het contact met patiënten te houden en deels ben ik het daarmee eens, maar anderzijds geloof ik dat ik door mijn ervaring meer durf te vragen, waardoor ik wellicht ook beter kan luisteren. En wie wil niet gehoord worden?
‘Nee, ik was bij mijn zwager,’ zei hij, ‘tijdens het wandelen kwam ik niet meer uit mijn woorden. Ze hebben direct de ambulance gebeld en toen ben ik doorgegaan naar Zwolle. Daar hebben ze me bloedverdunners gegeven.’

Dat is knap. Veel mensen onderschatten een CVA. Die laten de persoon in kwestie een uurtje slapen of kijken het even aan, omdat ze de signalen niet herkennen of bang zijn om ‘voor niks’ de ambulance te bellen. Het knellende is dat de eerste vier uren na de eerste signalen van een herseninfarct cruciaal zijn, dan kan er nog een flinke dosis bloedverdunners gegeven worden (onder bewaking!) om het infarct op te lossen. Binnen de eerste vier uur is er een kans, een kader om zoveel mogelijk van je hersenfunctie te redden. Als iemand dus als maffe Harrie begint te praten of uitval ervaart en die persoon heeft niet achttien bier gedronken, bel altijd 112!

We kletsten verder over de vierdaagse, kunst en goede koffie. Na een kwartier moest ik verder met de verpleegkundige administratieve rompslomp.
‘Misschien kunt u zo nog een keer proberen om te plassen?’ stelde ik voor. Hij keek me verbaasd aan:
‘dat heb ik al gedaan hoor!’

Twintig minuten later arriveerden zijn vrouw, dochter en kleindochter. Ik zat het kantoor achter de computer, waar ik plotseling luid mijn naam hoorde: ‘Shannon, Ajuuuuuu..!’

Overigens, wat ik het mooiste vond aan deze bijzondere heer was het korte gesprek dat hij voerde met mijn collega.
‘U mag de wond aan de lucht laten drogen,’ zei ze (hij had een circumcisie ondergaan, oftewel een besnijdenis), waarop hij vroeg: ‘moet ik dan de föhn gebruiken?’
I love my job.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *