Blog

Kees

Aarzelend stapte ik de donkere kamer binnen, de blinde geleide stok hield ik stevig vast in mijn rechterhand. Ik wist dat de deuren achter me binnen enkele seconden gesloten zouden worden. Ik scande hyper- alert de ruimte waar ik me in bevond. Naïef natuurlijk. Losgerukt van mijn veilige waarneming zodra de duisternis de ruimte overnam, raakte ik in paniek. Ik ademde in via mijn neus én uit via mijn mond, want dat is wat ik doe als paniek me overvalt. Een primaire overlevingstechniek ten top: ademhalen.

‘Hallo, ik ben Kees.’

Stilte.

‘Hallo, ik ben Kees, ik ben jullie gids van vandaag.’

Een samenspel van zacht gemompel van de mensen om mij heen en mijzelf: ‘Hallo Kees.’

We hadden hem bewust niet in het licht ontmoet, werd ons verteld, zodat wij zelf een beeld konden vormen bij de lage stem die ons begeleidde. Volgzaam stapten we van de ene ruimte naar de andere, lopend met onze blinde geleide stok die we naast ons moesten houden en van links naar rechts in ongeveer negentig graden mochten bewegen om vooruit te komen. Ervaring leert dat sommige mensen uit de groep (ik) zouden eindigen met blauwe plekken op hun kuiten omdat andere mensen (twee oude dames) niet begrepen dat het uiteinde van de stok op de vloer diende te blijven en dus niet porrend naar voren gericht. Diezelfde dames dachten ongetwijfeld dat ze in een attractie van de Efteling zaten en gilden luid bij iedere bocht die we namen, gevolgd door hysterisch gelach.

Na een minuut of tien overwon ik mijn initiële angst in het donker en onderzocht ik vol enthousiasme iedere ruimte die ik doorliep. Ik vond een telefoon, een kaartenrek, een toetsenbord en een loungestoel, waar ik direct in neervlijde (veiligheid voor alles).

‘Bij een ouderwetse telefoon zit er een voelbare stip op één van de knoppen, zodat een blinde op deze manier zich snel kan oriënteren als hij een telefoonnummer moet intoetsen. Wie weet op welke knop deze stip zit?’

‘KABOEM!!’

Een harde knal veroorzaakte weer een hysterisch lachsalvo bij de dames die de tijd van hun leven leken te hebben.

‘Willen jullie nu even normaal doen?!’ schreeuwde Kees. ‘Zo gedragen jullie je thuis toch ook niet?!’ Ik zat rechtop in mijn stoel, met mijn mond open van verbazing en schrik. Ik twijfelde: hoorde dit bij de rondleiding?

‘Jullie zitten godverdomme al de hele tijd te giechelen,’ (ik twijfelde niet meer: hij was pissig) ‘en er doorheen te praten als ik iets vertel, heb toch wat godvergeten respect!’ Iedereen was stil, ik zat nog steeds rechtop in mijn stoel en voelde de adrenalinerush door mijn lichaam gaan. Zou iemand ‘sorry Kees’ stamelen? Zou Kees in tranen uitbreken? Zou er nog een vloeksaldo volgen? Ik was blij dat niemand het leedvermaak op mijn gezicht kon zien.

‘Goed, dan gaan we nu weer verder alsof er niks is gebeurd,’ zei Kees. ‘De voelbare stip zit op de nummer vijf. Er zitten ook voelbare stippen op twee letters van het toetsenbord, weet iemand welke…’

De kennis die Kees met ons deelde kwam niet meer bij me binnen. Mijn hersenen bleef vragen uitspuwen in mijn gedachtes: wie waren die dames? Waarom verontschuldigden ze zichzelf niet? Was Kees zijn uitbarsting reëel? Is het kwetsend voor een blinde als mensen lacherig zijn tijdens een tour in het donker of is dit een logische reactie?

In de volgende ruimte werden we een boot in geleid. Zachtjes fluisterde ik: ‘Ian, waar ben je?’

‘Hier,’ hoorde ik hem fluisteren. Ik schoof naast hem en hield zijn warme hand vast. In zijn oor fluisterde ik heel zacht (uit angst voor Kees zijn zintuigelijke compensatie waardoor zijn oren wellicht als antennes functioneerden waarmee hij wonderbaarlijk goed kon horen): ‘hij was boos hé..’

‘Ja,’ antwoorde mijn vriend, ‘op jou?’ Ik keek hem geïrriteerd aan maar besefte me tegelijkertijd dat mijn blik volledig overbodig was: ‘natuurlijk niet,’ fluisterde ik iets harder maar nog steeds zachter dan ik had gewild, sterk bewust van de aanwezigheid van Kees zijn turbo oren, ergens in de buurt..

Eén voor één verlieten we het bootje, ik was de laatste. Terwijl Kees mijn rechterhand vasthield om me langs zijn linkerzijde te sturen naar de volgende ruimte, gleed zijn linkerhand om mijn middel en bewoog hij zijn hand heen en weer van mijn schouderbladen naar mijn stuitje, nét iets langer dan gepast. Óf hij vind me aardig, dacht ik, óf..

In de laatste ruimte mochten we plaatsnemen aan een bar. In het duister bestelden we wat te drinken bij onze multitasker Kees.

‘Heb ik iedereen wat ingeschonken?’ Een scherp: ‘Nee,’ was het respons van de dame die op de allerlaatste kruk aan de bar zat.

‘Wie kan ik wat aanbieden?’ Onverbiddelijk volgde de ijzige stem: ‘Carola.’

‘En wat wil Carola drinken?’ (Ik hoopte er al op) ‘Een Cola.’

‘Een cola voor Carola!’ riep Kees luid. Er volgde geen reactie. Ik gniffelde van plezier.

Het vragenuurtje begon. Wat tegenwerkte was dat niemand meer iets durfde te vragen. Dankzij ons intieme moment op de boot verzamelde ik mijn moed bijeen en vroeg ik Kees: ‘Wat zie jij nou precies? Het zwart wat wij nu zien?’

Een kuchje. ‘Nee,’ zei Kees, ‘ik ben technisch gezien niet blind maar slechtziend, ik ben hierdoor wel naar een blindenschool gegaan tijdens mijn jeugd. Het verschilt wat zij zien. Sommige zien simpelweg niks, geen zwart, maar niks. Met je grote teen zie je toch ook niks?’

‘Oh,’ zei ik.

Wat een schurk, wat een fraudeur, bedrieger, charlatan! Ik had een blindentour gevolgd in het duister, zonder blinde gids! Wat is er gebeurd met de authenticiteit van deze tour? Wat een wanprestatie!

Het licht ging aan en na een paar keer knipperen zag ik Kees. De man die met de medische ontwikkeling van nu met een operatie van vijfenveertig minuten zijn zicht had kunnen behouden (was hij maar zestig jaar later geboren). Een oude man met grijze haren, een sympathiek gezicht en afwijkende bolle ogen boven zijn spitse neus, waarop een bril rustte met dikke glazen. Een man die een ieder aankeek en een hand gaf aan het einde van de tour, ook al zag hij niet meer dan licht en kleur.

Het is de ironie: die man ‘zag’ ik niet in het donker.

De twee dames zag ik ook, ik herkende ze direct dankzij de penetrerende bloemetjesparfum die om hen heen hing. Wellicht hoopten ze anoniem door het leven te gaan, excuses werden er in ieder geval niet gemaakt. Maar toen Kees ze beiden een hand gaf ter afsluiting van de tour, zag ik zijn mond vertrekken in een minzaam lachje. In zijn duistere fantasie, beeldde ik me in, stak hij ze neer met zijn blinde geleide stok, het bloed spoot alle kanten op als in een Quentin Tarantino film, terwijl hij over en over schreeuwde: ‘Godverdomme, toon toch wat respect!!’

Super leerzaam, zo een museum dagje.

2 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *