Blog

Het sigaretje is geen pretje (beste slogan voor het RVD ooit)

Ze zit tegenover me en fluistert me haar geheim toe: “ik ga stoppen met roken, ik heb de huisarts gebeld. Ik zie er enorm tegenop maar ik ga het doen.” Enthousiaster dan wellicht zou moeten schreeuw ik: “wat goed! Wat knap! Ik ben zo trots op je!” Een onzekere glimlach verschijnt op haar lieve gezicht. “Ik wil wel iemand die goed is, snap je?” vraagt ze me terwijl me ze verwachtingsvol aankijkt.

Tja, ik heb nooit écht gerookt. Op mijn twaalfde heb ik onder druk van vriendinnen die achteraf absoluut geen vriendinnen bleken te zijn, een pakje shag gekocht. Bij het buitenzwembad in het dorp hebben we sigaretjes gerold en opgerookt. Terwijl ik casual rond het bad paradeerde met een sigaret in mijn hand en ik zwoel de wereld in keek, voelde ik me zó cool. Maar het stonk, mijn mond leek te verschrompelen van binnen met iedere hijs en ik hoestte als een auto met een verstopte uitlaat. Fail. Ik nam me voor om in de avond thuis te oefenen, zodat ik de volgende dag op het schoolplein cooler zou zijn.

Net toen ik weer een sigaret had gerold (iets waar ik een aangeboren talent voor schijn te hebben, dus die kan op de lijst van nutteloze-gaves) en aangestoken in mijn slaapkamer met het raam wijd open, stormde mijn zus mijn slaapkamer binnen. “Wat doe jij nu dan?” vroeg ze me verbaasd. “Eh..” antwoorde ik. Alsof het kwartje plotsklaps was gevallen, stormde ze op me af en graaide het pakje shag dat op mijn schoot lag weg. “Die neem ik mee” verklaarde ze hooghartig terwijl ze mijn kamer weer uitstormde. Zonder pakje shag geen sigaret dus tot zover leek mijn avontuur te gaan.

Tot het volgende weekend. Ik verveelde me en besloot in de avond om mijn zus haar kamer binnen te stormen met de hoop om haar te laten schrikken. Dat deed ik, want ik las direct een woeste paniek in haar ogen. Ik keek de kamer rond en zag hoe ze tegen de verwarming aan gekropen zat met mijn pakje shag voor zich, terwijl ze een belachelijke poging deed om een sigaret te draaien. We keken elkaar weer aan en begonnen heel hard te lachen. Ik sloot de deur en hielp haar met draaien. Hierna deelden we een sigaret. Na een paar hijsjes en een heleboel gehoest besloten we gezamenlijk dat roken niet voor ons was weggelegd.

“Absoluut,” antwoord ik en ik meen het ook, niemand wil iets half proberen, natuurlijk wil je de beste begeleiding wanneer je eindelijk je ballen op tafel hebt gelegd om te veranderen. Nerveus beweegt ze met haar vingers langs haar opgestoken haar. “Weet je waar ik het meest tegenop zie? In de avond ben ik vaak alleen en dan neem ik een bakje koffie, rook ik een sigaretje en dan kan ik weer verder, weet je wel?” Ik knik. “Ach, misschien valt het wel mee,” zucht ze, “misschien zie ik teveel beren op de weg.” Ze staart voor zich uit, peinzend. “Ik snap het wel,” zeg ik, “met alles wat we hier zien, al die ellende.” Ik vang haar blik weer, ze knikt vastberaden: “precies,” zegt ze. Ze buigt zicht voorover en fluistert weer: “vind je dat ik een rokershoofd heb?”

Nou vind ik van een hoop mensen dat ze een rokershoofd hebben. Grauw, grijzig, rimpelig, wallen, vieze tanden, maar vooral grauwer dan grauw. En de stem van iemand die al jarenlang gerookt heeft, amai! Maar mijn collega is me dierbaar. Ik vind haar prachtig. Ze is een mooie vrouw van eind veertig met een slank figuur, mooie lange haren en een lief, smal, vriendelijk gezicht met grote amandelvormige bruine ogen. Haar gezicht is een open boek, ze zou geen vlieg kwaad doen. Als je haar om hulp zou vragen, zal je nooit ´nee´ als antwoord krijgen. Desondanks.. Ziet ze wel wat grauw.

“Een beetje,” antwoord ik eerlijk. ´Ben ik té eerlijk?´ vraag ik me direct af, maar mijn collega knikt bedachtzaam en kijkt vastbesloten. Ze staat op en slaat me zachtjes op mijn knie. “Bedankt.” zegt ze en ze loopt de kamer uit. Ik ben benieuwd of ze het gaat redden. Ik hoop het voor haar en voor mezelf. Het is een grote wens van me dat alle mensen die roken mogen meekijken tijdens mijn werk zodat ze het verdriet zien van de patiënten en hun familie, wanneer ze beseffen dat ze zichzelf zo ziek hebben gemaakt, dat ze ervoor moeten betalen met tientallen levensjaren. Maar ik weet inmiddels beter. Bij een verslaving is je lange termijn wens volledig onderschikt aan je korte termijn wens. En eerlijk is eerlijk, ben ik bezig met mijn aderverkalking als ik een BigMac naar binnen werk? Hell no!

Ik draai me weer terug naar mijn computer en rapporteer verder over de patiënt die ik net heb opgehaald na een leverpunctie in verband met gemetastaseerde longkanker. De waarheid is soms zó pijnlijk, maar dat maakt hem niet minder waar.

Ik hoop vurig dat ze stopt met roken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *