Blog

Hamid en Odin

Hamid krijgt ruzie met Quinten om iets onbenulligs, zoals dat gaat met opgeschoten jonge jongens. De grote broer van Hamid, Odin komt erbij staan. De vrienden van Quinten mengen zich, de boel escaleert. Er wordt geduwd, geschreeuwd en geslagen. Misschien valt er bij een enkel kind een traan. In de avond verteld Quinten thuis wat er is gebeurd. ‘Wat?!’ reageert zijn vader, ‘wat hebben die vieze buitenlanders gedaan? Ze hebben het recht niet om jou aan te raken!’ Opgefokt loopt Quinten’s vader naar zijn buurman, ze staan te discussiëren in de voortuin. Een half uur later hebben zich meerdere ouders in het gesprek gemengd. Het verhaal wordt steeds sassiger, de discriminatie heviger. ‘We zullen ze een lesje leren,’ schreeuwt de vader van Quinten. Als groep lopen ze richting het huis van Hamid en Odin. Ze bellen aan. Wanneer de moeder de deur opent duwt de menigte haar het huis in en slaat haar neer. Haar man rent snel naar haar toe. Voor Hamid en Odin ‘s ogen worden zowel hun moeder en vader geschopt en geslagen met stokken terwijl ze op de grond liggen, door een groep van rond de vijftien personen. Hun moeder schreeuwt van pijn en woede, de vader schreeuwt uit wanhoop. Ze willen hun zoons beschermen, maar kunnen dit niet, ze vangen letterlijk de klappen.

De burgemeester van Enschede heeft de daad ‘sterk afgekeurd.’ Sterker nog, hij vindt dat het aftuigen van de Syrische vader en moeder ‘niet past bij Enschede.’ Zoals mijn dochters zouden zeggen: ‘No shit, Sherlock.’ Het is een laffe, onmenselijke daad. Want het aftuigen van ouders voor de ogen van een kind is onmenselijk. Hebben degenen die de klappen hebben gedeeld enig besef van het verlies dat een vluchteling met zich meedraagt? Het gevoel van onveiligheid? Het trauma? Ik niet, ik ben gelukkig geen vluchtelinge. Ik ben opgegroeid in veiligheid, met carnaval, kerstbomen, zonnebrandcrème en vakanties naar Frankrijk. Ik ben zo verwend als een mens maar kan zijn. Ik kan me niet voorstellen hoe het moet voelen om te vluchten van je thuis, je familie en vrienden, uit de buurt waar je bent opgegroeid. Om opnieuw te beginnen in een vreemde en laten we eerlijk zijn, niet altijd zeer welkome omgeving. Voor je kinderen vecht je, maak je een thuis, creëer je veiligheid en ben je dankbaar. Totdat een groep monsters aan je deur komt om die fragiel opgebouwde vorm van veiligheid af te breken.
En Quinten?
Hoe voelt hij zich nu hij weet dat zijn ouders lafaards zijn? Hoe voelt hij zich over tien jaar? Moeten zijn ouders opgepakt worden en celstraf krijgen voor het leed dat ze veroorzaakt hebben? Eigenlijk wel. Maar daar wordt Quinten niet beter van. En Hamid en Odin ook niet. Wat gebroken is moet gemaakt worden. Daarvoor is erkenning nodig en het toegeven van een grove fout. Excuses naar de familie en excuses naar het land, naar alle Nederlanders die net als ik een plaatsvervangende schaamte met ons meedragen.
Gaat dit gebeuren? Ik vrees ervoor. Niet zolang de burgemeester belachelijke understatements blijft verkondigen als: ‘dit past niet bij Enschede.’ Niet zolang diegenen menen het recht te hebben. (Berichtje aan jullie: er was eens een man die ook dacht het recht te hebben, hij voelde zich superieur, voelde zich bedreigd, rings any bells?)
Hamid en Odin, wees blij dat jullie niet de monsters zijn. Sterkte. En sorry, namens degenen die jullie wel een veilig thuis wensen.
Quinten, arme Quinten, jij hebt hier niet om gevraagd. Je bent de trieste underdog van dit verhaal. Laten we hopen dat jij groter groeit dan de fouten van je ouders.

Het is maar een invulling van de gaten in het nieuwsbericht, maar ja, soms is er weinig fantasie nodig om te zien waar discriminatie zijn wortels groeit. Wellicht, burgemeester, kan je daar wat mee? Wellicht kunnen we daar allemaal nog wat mee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *