Blog

Blijven leren

Ik kan goed leren, dacht ik, maar mijn laatst genoten opleiding bleek een nachtmerrie. Ik werkte vijf weken op de afdeling waarna ik een week school volgde, over een periode van tweeënhalf jaar, met als doel een topklinische verpleegkundige te worden.
Op de eerste afdeling ging het mis. Alles kwam binnen en ik wilde mezelf bewijzen. Ook al was de opdracht: maak een bed op, ik koos voor het meekijken met de decubitusconsulent of het wassen van ‘mijn’ patiënt bij wie een borst was verwijderd. Na een maand of vijf werd ik op het matje geroepen: ik moest minderen. Ik kreeg een vaste kamer toegewezen met vier patiënten waarvoor ik verantwoordelijk was. Dat hielp. Ik kreeg minder prikkels binnen waardoor ik efficiënter werkte en beter prioriteiten stelde. Met een voldoende mocht ik door naar de volgende afdeling.
Op de afdeling geriatrie leerde ik dat ieder mens een verhaal heeft en waardevol is. Ik leerde dat je de ervaringen uit het verleden nooit meer kwijt raakt, dus je kan ze maar beter koesteren. En ik leerde dat je kunstgebitten niet in het zicht moet neerzetten, want dan weet je niet waar ze terecht komen.
De afdeling neurologie was chaos. Voor mij dan. Er lagen veel immobiele, zieke mensen met een hoge zorgvraag. Door de hoge werkdruk verloor ik mijn opgebouwde overzicht. Ik maakte een gruwelijke fout die fataal had kunnen zijn, puur uit onkunde en een te hoge werkdruk. Ik voelde me verschrikkelijk. Ik werd weer op het matje geroepen. Wederom kreeg ik een vaste kamer, van waaruit ik kon opbouwen. Ik leefde weer op.
Thuis was het stressvol. Mijn vriend en ik waren goed op elkaar ingespeeld, maar met drie kinderen in het verhaal en twee ambitieuze volwassenen, bleef het plannen. Op een avond in december kregen we ruzie. Hij liep boos de trap op. Ik bleef beneden, maar de ruzie porde mijn maag. Ik liep naar onze slaapkamer en kroop dicht tegen hem aan. Plots schrok hij wakker en rende als een bezetene naar de wc, hij begon te spugen. Hij kon amper rechtop staan. Hij liep naar de wasbak en gooide water over zijn gezicht, hij liep mank. Ik praatte tegen hem, maar het was net alsof ik onzichtbaar was. Hij liep langs me heen de kamer van ons zoontje in. Ik greep hem bij zijn arm en bracht hem naar ons bed. Hij begon te vertellen over zijn collega met wie hij die dag was wezen karten. Gebrabbel.
Een half uur later kwam de ambulance ons ophalen. Na een foto op de spoedeisende hulp reden we door naar Utrecht. Een hersenbloeding.
Zes weken later was hij weer thuis. Hij had geluk gehad, zijn lichaam had de bloeding zelf kunnen opruimen. Hij had een delirium gehad en was flink vermagerd, maar zijn cognitieve functies werden met de dag beter.
Mijn opleiding vorderde, ik was bezig met mijn opdrachten, verpleegplannen en het meedraaien met de MDO’s (multidisciplinair overleg). De rust daalde weer op ons neer. We hadden een tweede kans gekregen, zo voelde het, we zouden gaan trouwen.
Toen gebeurde het ondenkbare, tijdens een late dienst op de neurologie. Mijn vriend werd weer ingestuurd. Ik ben naar de spoedeisende hulp gerend. Deze keer had hij geen geluk. Vier maanden, negen bloedingen later en dertig kilo verder was hij niet meer dan een schim van zichzelf. We besloten hem te laten gaan.
Drie weken later startte ik op mijn laatste afdeling. Ik kon niet meer vertragen, ik zou de opleiding anders niet kunnen voltooien. Met de hulp van een fantastische begeleidster ramde ik door. Ik genoot van de zorg voor mijn patiënten, maar ik had concentratie stoornissen. Ik was uitgeput en zat vol verdriet. Toch hielp mijn werk me verder. Andere mensen helpen is helend. Mijn begeleidster hielp me met de opdrachten, ze gaf me veel steun. Uiteindelijk zat ik er, naast mijn klasgenoten om mijn diploma in ontvangst te nemen. Ik huilde die avond een goede badkuip vol. De meeste van mijn klasgenoten hadden een baan aangeboden gekregen, sommigen gingen direct door naar de vervolgopleiding. Ik moest mijn wereld herinrichten.
Maar het diploma, die heb ik binnen. Ik heb ontzettend veel geleerd, over het vak, over de mens, maar vooral over mezelf. En nu, bijna vijf jaar verder in de tijd, is het tijd om een volgende stap te nemen. Soms ben ik bang, maar verliezen kan ik niet. Verliezen is een eindpunt en zolang ik leef, is mijn verhaal nog niet uitgeschreven. Ik vertrouw dus maar op mezelf. Ik kan immers goed leren.

4 Reacties

  • yneke

    Ik vind de woorden van Anna Terruwe nog dagelijks inspirerend. Anna Terruwe (1911-2004) psychiater in een bolwerk van mannelijke medici sprak ooit de mooie woorden:

    Je mag zijn wie je bent
    om te worden wie je bent
    maar nog niet kunt zijn.
    En je mag het worden
    op jouw manier
    en in jouw tijd

    Kon iedereen maar zo op zichzelf vertrouwen. Dat het uiteindelijk goedkomt wanneer je je eigen verhaal kunt leven. xx

  • Wendy

    Alleen maar bewondering voor je…..waar je toch altijd de kracht vandaan haalt om maar door te gaan…..petje af! Dat had ik vroeger al toen je mijn collega was, als alleenstaande jonge Mama volgde je je eigen pad. Niet altijd even handig wat je allemaal deed, maar o wat heb ik met je en om je moeten lachen! Het was een geweldige tijd samen met je en had ik niet willen missen. Je flikte het maar mooi allemaal in je eentje! En zelfs na hele diepe dalen, doe je dat nog steeds! Ook al zie ik je niet meer. Toch ben ik trots op je! Liefs van mij…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *